Scholen

Hulp voor scholen, speelgroepen, kinderopvang en bso’s
Het is voor elk kind spannend om naar een nieuwe plek te gaan. Maar voor een hoogbegaafd, meerbegaafd of hoogsensitief kind is zo’n verandering vaak extra ingrijpend. Omdat zij of hij anders voelt, denkt en is. Al die nieuwe indrukken kunnen zo verwarrend zijn dat zo’n kind het niet begrijpt.

Zij (hij) zoekt veel te veel achter de dingen die gebeuren. Betrekt alles op zichzelf. Het zal wel aan mij liggen. Wil er iets aan doen. Maar hoe, maar wat? De anderen begrijpen iets wat ik niet begrijp. Wil helemaal niet anders zijn dan de anderen. Voelt zich eenzaam en onveilig. Wil er ook bij horen. Observeert de anderen nauwgezet, probeert te imiteren als overlevingstechniek. Raakt zichzelf kwijt…

De stress van niet begrijpen zorgt voor allesoverheersende onzekerheid, zelfs paniek. Zo’n kind gaat razendsnel (delen van) zichzelf onzichtbaar maken. Negeert zijn (haar) ontwikkelingsvoorsprong en vertoont ineens te jong gedrag, probleemgedrag of frustratiegedrag.

Gekras in plaats van duidelijke tekeningen. Veel minder initiatief, minder autonoom, dingen niet meer weten. Plots weer natte broeken. Vlot praten verandert in gebrabbel of een soort babytaal. Stiller dan voorheen, veel huilen, teruggetrokken, dromerig of juist met uitbarstingen, boos, agressief of clownesk gedrag. Niet kunnen slapen. Slechte cijfers. Op school tegendraads en thuis een engeltje. Of andersom, op school een voorbeeld voor anderen en thuis een verdrietig, boos, gefrustreerd hoopje mens.

Hoe ga je er mee om als professionele begeleider?
Dat is best lastig. Vooral omdat hoogbegaafdheid, meerbegaafdheid en hoogsensitiviteit niet zo vaak voorkomen. Daardoor denk je er als leerkracht, begeleider of IB’er niet meteen aan. Als een kind niet kan meekomen, is het meestal minderbegaafd, toch? Zowel het ondervraagde kind als het overvraagde kind kunnen hetzelfde gedrag laten zien.

Dus ga je eerder minder van het kind vragen dan meer. Voor deze kinderen is dat echter funest. Het verergert hun onmacht. Zij moeten meer verdieping krijgen, niet minder. De oorzaak van hun gedrag ligt (onbewust) in het niet aangesproken worden op hun niveau. Ze voelen zich tegengehouden, verstikt. Zowel in cognitieve als in persoonlijke ontwikkeling.

Van binnen gaat het broeien. Als de frustratie te groot wordt, komt het tot een uitbarsting van vechten, vluchten of bevriezen. En dan is het probleemgedrag. Begeleiders geven meestal veel (goedbedoelde) aandacht aan dat probleemgedrag. Maar zien de aanvankelijke ontwikkelingsvoorsprong meestal over het hoofd, terwijl dat een belangrijke aanwijzing is dat er meer speelt. Een kind dat jarenlang voorloopt, stopt daar immers niet ineens mee.

  • Elk kind heeft tijd nodig om te wennen
  • Maar onzichtbaar worden is nooit de bedoeling.
  • Let op signalen van onderpresteren (teruggaan in ontwikkeling).
  • Gooit je kind thuis alle frustratie eruit? En op school niet? Dit is een alarmsignaal.
  • ​Tip: bespreek dit zo snel mogelijk met de leerkracht.
  • Kinderen doen er slechts enkele weken over om hun begaafdheid of sensitiviteit te verstoppen.

Proberen en verdwalen
In de schoolcarrière van deze kinderen is vaak een golfbeweging te zien. Er zijn betere en slechtere periodes. Het kind probeert dan alsmaar opnieuw en raakt steeds meer de weg kwijt. Soms is er bij de ene leerkracht weinig wrijving en bij de andere veel.

Een goede interactie met de leerkracht is cruciaal. Ook het hebben van in ieder geval één vriendje kan een groot verschil maken. Toch is waakzaamheid geboden, want het vriendje of de lieve juf helpen het kind slechts tijdelijk te overleven. Zonder goede hulp blijft hij of zij wegduiken. En dat loopt meestal niet goed af, op enig moment krijgt dit kind de spreekwoordelijke rekening gepresenteerd. ​

​Signalen voor ouders
Ouders zien dat hun kind steeds in botsing komt met een of meerdere leerkrachten. Of het kind wil steeds minder graag naar school, totdat het gewoon weigert nog te gaan. Sommige kinderen spreken zich niet uit maar zijn meesters in te laat opstaan, twintig minuten uittrekken voor het smeren van een boterham en zo nog wat handelingen. Terwijl die taakjes wonderlijk vlot gaan als ze bijvoorbeeld een dagje dierentuin gaan.

​Er zijn ook kinderen die totaal uitgeblust zijn na school. Hun energie gaat helemaal op aan het zich staande houden in een niet-passende omgeving. Sommigen krijgen dan thuis de huilbuien en schreeuwruzies die ze al de hele dag voelen opborrelen. Het komt voor dat ouders een gesprek aanvragen met een verbaasde leerkracht om van hem of haar te horen dat hun schreeuwende, stampvoetende, alles weigerende kind op school een engeltje is…

Signalen voor leerkrachten en begeleiders
Als een kind alleen bezig is met zich staande houden, wordt het op ontwikkelingsniveau min of meer uitgehongerd. Het heeft namelijk ontzettend veel behoefte aan uitdaging op niveau, opdat de ontwikkeling door kan gaan. Anders gaat het onderpresteren.

Het komt zelfs voor dat het niet eens presteert volgens de groepsnorm. We noemen dat absoluut onderpresteren. Presteren onder het eigen niveau maar binnen de kaders van de groep noemen we relatief onderpresteren. In beide gevallen zit het kind eigenlijk volkomen klem.

  • Zij raken hun motivatie voor school kwijt
  • Zijn in de war over wie zij zijn en wat zij kunnen
  • Ontwikkelen vaak faalangst
  • Ervaren gevoelens van wanhoop, onmacht en uitzichtloosheid
  • Voelen zich buitengesloten, eenzaam
  • Worden soms gepest
  • Voelen zich niet gezien, niet begrepen
  • Laten storend gedrag zien (dromerigheid, frustratie-woede, wisselende inzet)
  • Vluchten in een droomwereld (soms door middel van games)

Twijfel je? Wil je overleggen?
Professionals op scholen, speelgroepen, kinderopvang en BSO mogen altijd contact opnemen om te overleggen of om te sparren. U mag ook (anoniem) een casus aan ons voorleggen. Tevens bieden wij praktische trainingen voor leerkrachten en begeleiders. Bel onze locatiemanager Esther Wolters-Ouburg direct op 06 22 24 18 93, of stuur haar een mail.